Met het algemene rookverbod in horecazaken, bedrijven en openbare gebouwen is het in één klap overal een stuk vrijer ademen. Als niet-roker is dit letterlijk een hele opluchting.
Maar in het straatbeeld geeft dat aanleiding tot de meest onvoorziene en onverwachte taferelen.
Het begon met grotere terrassen bij cafés en restaurants of op z'n minst een bank voor de deur. Leuk! Maar zelfs in het late najaar bleven de stoelen buiten staan en verschenen er bovendien kleurrijke dekentjes en warmtestralers. Was onze mentaliteit veranderd? Wilden we met z'n allen niet toegeven aan de naderende winter? Als niet-roker leg je aanvankelijk écht niet eens de link. Tot de temperatuur zo fors daalt dat het buiten zitten/staan alleen nog door mensen met een verslaving kan verantwoord worden. Overal vallen nu de groepjes koukleumende mensen op bij kantoorgebouwen of onder afdakjes aan de uitgang van een supermarkt, en realiseer je je na de eerste verbaasde vaststelling : oh ja, rokers!
Voor de rest zie je de meest bizarre situaties.
Bij een ziekenhuis zitten bijvoorbeeld patiënten in rolstoel en met baxter hun obligate sigaretje te roken. Hopelijk zijn die niet in behandeling voor een hart- of longziekte.
Aan de deur bij de kapper zag ik laatst een dame met schort, de haren in de week voor een tweekleurige balayage, inderdaad, je geloofd je ogen niet, sigaret in de mond. Hoe kom je erbij? Mooi is anders. Je gaat toch naar de kapper om goed voor de dag te komen en dan sta je daar zo te kijk. Ze leek inderdaad niet echt gelukkig en tuurde onrustig de straat af, waarschijnlijk bang om door een bekende in deze toestand betrapt te worden.
Maar medelijden kan ik niet echt hebben met de bannelingen. Wel met de soms eenzame zielen, binnen aan een tafeltje voor twee, wiens gezelschap, na de sigaret, pas op de tweede plaats komt.
Of met de verder werkende niet-rokers zonder pafpauze die bovendien de uitwisseling van de allerlaatste nieuwtjes missen en zich, figuurlijk dan, buitengesloten voelen. Je zou er bijna van gaan roken. (maar niet echt natuurlijk).
2.bVB
zaterdag 21 juli 2012
donderdag 12 juli 2012
Solden
30 juni was het weer zover : het begin van de solden. We willen ons er echt niet in wagen! We zijn toch niet zot zeker! Maar ... de daarop volgende dagen zijn al bezet en in de voormiddag is het nog niet zo druk en die ene favoriete winkel lonkt.
Dus ... wijle weg.
Er is niets zo leuk als mooie soldenspullen op de kop tikken voor het volgende seizoen of dat favoriete vestje kopen aan minder dan de helft van de prijs. Missie geslaagd!
Voldaan kuieren we vanaf 11 u rustig verder langs de overige winkels. Niets moet meer. Maar dié winkel kan nog wel even. Je weet maar nooit. En ja, we willen wel het een en ander passen.
Tot onze verbazing treffen we voor de pashokjes een wegversperrend bord met het opschrift : Today the fittingrooms are closed... Hoogst verbaasd hang ik het topje en de pantalon al terug op het eerste het beste rek. Het jasje is wel heel mooi. Dat kan ik snel even over aantrekken. Een vrije spiegel vinden is een andere zaak. Achteraan in de winkel vind ik eindelijk mijn onverstoorde evenbeeld. Tot een verkoopster me wegjaagt met de woorden dat dit hier de schoenenafdeling is en je in deze spiegel derhalve alleen je voeten voorzien van potentieel nieuw schoeisel mag bekijken.
Mijn verontwaardiging is compleet.
Ik verlaat de winkel zonder iets te kopen maar niet zonder mijn ongenoegen te uiten aan de overbezette garante.
Zij verschuilt zich uiteraard achter de van hogerhand opgelegde regels en het feit dat er altijd mag worden geruild. Inderdaad, degene die de wetten bepaalt moet nooit rechtstreeks de klachten aanhoren en ontevreden klanten te woord staan. Dat is het lot van het voetvolk. Leuk is anders.
Het beroepen op de zogezegde makkelijke ruilpolitiek vind ik trouwens respectloos ten opzichte van de minder assertieve consument. 't Is de eerste soldendag dus kopen zal je, met of zonder passen. De meeste ontgoochelde klanten durven toch niet terug te komen of vinden er binnen de gepaste termijn de tijd niet voor.
Als je toch het lef hebt, kan je alleen ruilen tegen een tegoedbon die je alsnog in dezelfde winkel moet besteden. Dus één keer de kassa gepasseerd zijn ze zeker van het geld. Van misleiding gesproken.
Mensen die de eerste dag komen zijn er zich wel van bewust een massa gelijkgezinden aan te treffen en verwàchten een lange rij bij de pashokjes. Ze kunnen dan zelf beslissen de fout te willen maken om te kopen zonder passen. Pas dan is het ruilen zonder geldteruggave eerlijk.
En dan het verbieden van een bepaalde spiegel! Te gek voor woorden.
Van colère (vergeef mij het franse woord, zij mogen wel in het Engels) niets kopen is hun verdiende loon. Ik troost mij glimlachend met de gedachte dat ze die dag ook wel niet veel bikinietjes verkocht zullen hebben.
Later op een leuk terras, voldaan, met onze gepaste en uitgebreid gespiegelde aankopen onder het tafeltje, dromen we er samen van enkel rebelse vrienden zonder gêne op te trommelen die gewoon alles, tot slipjes en bh's toe, in de winkel zouden passen. Aandacht in de plaatselijke pers verzekerd. Maar die gratis reclame gunnen we hen niet!
2.bVB
Dus ... wijle weg.
Er is niets zo leuk als mooie soldenspullen op de kop tikken voor het volgende seizoen of dat favoriete vestje kopen aan minder dan de helft van de prijs. Missie geslaagd!
Voldaan kuieren we vanaf 11 u rustig verder langs de overige winkels. Niets moet meer. Maar dié winkel kan nog wel even. Je weet maar nooit. En ja, we willen wel het een en ander passen.
Tot onze verbazing treffen we voor de pashokjes een wegversperrend bord met het opschrift : Today the fittingrooms are closed... Hoogst verbaasd hang ik het topje en de pantalon al terug op het eerste het beste rek. Het jasje is wel heel mooi. Dat kan ik snel even over aantrekken. Een vrije spiegel vinden is een andere zaak. Achteraan in de winkel vind ik eindelijk mijn onverstoorde evenbeeld. Tot een verkoopster me wegjaagt met de woorden dat dit hier de schoenenafdeling is en je in deze spiegel derhalve alleen je voeten voorzien van potentieel nieuw schoeisel mag bekijken.
Mijn verontwaardiging is compleet.
Ik verlaat de winkel zonder iets te kopen maar niet zonder mijn ongenoegen te uiten aan de overbezette garante.
Zij verschuilt zich uiteraard achter de van hogerhand opgelegde regels en het feit dat er altijd mag worden geruild. Inderdaad, degene die de wetten bepaalt moet nooit rechtstreeks de klachten aanhoren en ontevreden klanten te woord staan. Dat is het lot van het voetvolk. Leuk is anders.
Het beroepen op de zogezegde makkelijke ruilpolitiek vind ik trouwens respectloos ten opzichte van de minder assertieve consument. 't Is de eerste soldendag dus kopen zal je, met of zonder passen. De meeste ontgoochelde klanten durven toch niet terug te komen of vinden er binnen de gepaste termijn de tijd niet voor.
Als je toch het lef hebt, kan je alleen ruilen tegen een tegoedbon die je alsnog in dezelfde winkel moet besteden. Dus één keer de kassa gepasseerd zijn ze zeker van het geld. Van misleiding gesproken.
Mensen die de eerste dag komen zijn er zich wel van bewust een massa gelijkgezinden aan te treffen en verwàchten een lange rij bij de pashokjes. Ze kunnen dan zelf beslissen de fout te willen maken om te kopen zonder passen. Pas dan is het ruilen zonder geldteruggave eerlijk.
En dan het verbieden van een bepaalde spiegel! Te gek voor woorden.
Van colère (vergeef mij het franse woord, zij mogen wel in het Engels) niets kopen is hun verdiende loon. Ik troost mij glimlachend met de gedachte dat ze die dag ook wel niet veel bikinietjes verkocht zullen hebben.
Later op een leuk terras, voldaan, met onze gepaste en uitgebreid gespiegelde aankopen onder het tafeltje, dromen we er samen van enkel rebelse vrienden zonder gêne op te trommelen die gewoon alles, tot slipjes en bh's toe, in de winkel zouden passen. Aandacht in de plaatselijke pers verzekerd. Maar die gratis reclame gunnen we hen niet!
2.bVB
dinsdag 3 juli 2012
Voor 'altijd'
Laatst las ik in een tijdschrift, onder de rubriek 'mijn verhaal', de brief van een 36-jarige vrouw over de dood van haar beste vriendin. Hoe erg ze het vond de dagelijkse babbeltjes aan de schoolpoort te moeten missen, de 'koffieklets' op woensdagnamiddag wanneer de kinderen samen speelden, het uitwisselen van alle wel en wee, de gezamenlijke uitstapjes...
Voor mij is dit zo pijnlijk herkenbaar. Ook ik, had zo'n vriendin, jaren geleden.
Zij had net als ik drie kinderen en ook van dezelfde leeftijd. We woonden in dezelfde straat en de kinderen gingen naar dezelfde school. Ook de papa's konden het uitstekend met elkaar vinden. We deden regelmatig samen uitstapjes naar speel- en dierentuinen waarna we dan eens bij de ene en de volgende keer bij de ander gezellig samen gingen eten. In de vakanties hadden we zelfs een vaste namiddag in de week om bij elkaar te gaan 'buurten'. Leuk voor ons en de kinderen . Af en toe gingen we ook samen winkelen, zonder de kinderen. Dan konden de papa's eens bijkletsen tijdens het babysitten. Kortom : iedereen prees zich gelukkig met elkaars gezelschap en vriendschap. In onze ogen kon dit niet meer stuk, we waren echte soulmates.
Maar dat is ondertussen meer dan 15 jaar geleden.
Het verschil met de vrouw uit het artikel is dat mijn vriendin nog leeft. We zien elkaar alleen niet meer.
In die tijd werd ons rijtjeshuis in de gemeenschappelijke straat te klein voor ons gezin met drie opgroeiende kinderen en mijn man zijn uitbreidende boekhoudkantoor.
We kochten een lapje grond slechts 2 km verderop en bouwden daarop een meer geschikte praktijkwoning met eindelijk plaats voor een wachtruimte, archief...en, oef, een garage voor oa de fietsen. Ze waren blij voor ons en kwamen met veel plezier helpen met de verhuis. Ze stuurden nog een aangrijpend kaartje om ons te feliciteren met de nieuwe woonst : uit de straat mocht zeken niet betekenen uit het hart...maar dat deed het dus wel.
Er volgden nog een paar moeizaam gemaakte afspraakjes om samen iets te ondernemen en één keer zijn ze nog op bezoek geweest. Daarna stierf onze hechte band een wonderlijke dood.
Hem zagen we nog een paar keer per jaar als mijn man nood had aan zijn computerexpertise of als hij ons nodig had om zijn belastingaangifte in te vullen. In het begin was het gewoon leuk elkaar nog eens terug te zien. Hij gaf ons altijd het gevoel : terug van nooit weggeweest te zijn. En telkens zei hij dat we nog maar eens moesten afkomen. Hij ging zijn vrouw laten bellen want zij regelde de agenda van de vrije tijd.
Nooit hoorden we iets van haar en elke keer werd de confrontatie met hem daardoor een beetje pijnlijker. Tot we gewoon op de man af vroegen of we iets misdaan hadden of onbewust iets hadden gezegd wat hen had gekwetst. Hij bleef volhouden dat er geen vuiltje aan de lucht was, maar nog kwam er geen telefoontje. En wij durfden tenslotte ook niet meer te bellen.
Regelmatig denken we nog aan hen, met spijt en weemoed.
Het voelt aan als een echt verlies.
Het waarom zullen we nooit weten.
Niets is voor altijd. Het blijft een moeilijk te verteren levensles.
2.bVB
Voor mij is dit zo pijnlijk herkenbaar. Ook ik, had zo'n vriendin, jaren geleden.
Zij had net als ik drie kinderen en ook van dezelfde leeftijd. We woonden in dezelfde straat en de kinderen gingen naar dezelfde school. Ook de papa's konden het uitstekend met elkaar vinden. We deden regelmatig samen uitstapjes naar speel- en dierentuinen waarna we dan eens bij de ene en de volgende keer bij de ander gezellig samen gingen eten. In de vakanties hadden we zelfs een vaste namiddag in de week om bij elkaar te gaan 'buurten'. Leuk voor ons en de kinderen . Af en toe gingen we ook samen winkelen, zonder de kinderen. Dan konden de papa's eens bijkletsen tijdens het babysitten. Kortom : iedereen prees zich gelukkig met elkaars gezelschap en vriendschap. In onze ogen kon dit niet meer stuk, we waren echte soulmates.
Maar dat is ondertussen meer dan 15 jaar geleden.
Het verschil met de vrouw uit het artikel is dat mijn vriendin nog leeft. We zien elkaar alleen niet meer.
In die tijd werd ons rijtjeshuis in de gemeenschappelijke straat te klein voor ons gezin met drie opgroeiende kinderen en mijn man zijn uitbreidende boekhoudkantoor.
We kochten een lapje grond slechts 2 km verderop en bouwden daarop een meer geschikte praktijkwoning met eindelijk plaats voor een wachtruimte, archief...en, oef, een garage voor oa de fietsen. Ze waren blij voor ons en kwamen met veel plezier helpen met de verhuis. Ze stuurden nog een aangrijpend kaartje om ons te feliciteren met de nieuwe woonst : uit de straat mocht zeken niet betekenen uit het hart...maar dat deed het dus wel.
Er volgden nog een paar moeizaam gemaakte afspraakjes om samen iets te ondernemen en één keer zijn ze nog op bezoek geweest. Daarna stierf onze hechte band een wonderlijke dood.
Hem zagen we nog een paar keer per jaar als mijn man nood had aan zijn computerexpertise of als hij ons nodig had om zijn belastingaangifte in te vullen. In het begin was het gewoon leuk elkaar nog eens terug te zien. Hij gaf ons altijd het gevoel : terug van nooit weggeweest te zijn. En telkens zei hij dat we nog maar eens moesten afkomen. Hij ging zijn vrouw laten bellen want zij regelde de agenda van de vrije tijd.
Nooit hoorden we iets van haar en elke keer werd de confrontatie met hem daardoor een beetje pijnlijker. Tot we gewoon op de man af vroegen of we iets misdaan hadden of onbewust iets hadden gezegd wat hen had gekwetst. Hij bleef volhouden dat er geen vuiltje aan de lucht was, maar nog kwam er geen telefoontje. En wij durfden tenslotte ook niet meer te bellen.
Regelmatig denken we nog aan hen, met spijt en weemoed.
Het voelt aan als een echt verlies.
Het waarom zullen we nooit weten.
Niets is voor altijd. Het blijft een moeilijk te verteren levensles.
2.bVB
maandag 18 juni 2012
Douche
Hoe beter je thuis verwend bent hoe meer kans het elders slechter te treffen.
Dat geldt onder andere voor matrassen, om maar iets te zeggen. Vroeger kon ik in een behoorlijk hotel zalig zuchten als ik mij na een dagje stappen moe te rusten legde op het vreemde bed. Na een heerlijke nacht op de, op al de juiste plaatsen steungevende, matras kon ik het 's anderendaags niet nalaten de lakens te verwijderen op zoek naar het etiket. Zo'n merk moest ik thuis ook hebben! Maar nu ik dat thuis heb, zijn de zalige zuchten voor als ik weer terug ben. De vergelijking werkt nu plotseling andersom.
De badkamer is nog zo'n bron, zo niet, van frustratie dan op z'n minst van kritiek.
Je hebt douchefans en badadepten.
Mijn echtgenoot is een man van de tobbe. Een half uurtje zalig weken. Maar natuurlijk alleen thuis, want op vakantie is het exemplaar meestal een halve meter te kort.
Ik ben eerder de vrouw van de snelle douche. Ik ben zo'n beetje als een kat : ik maak me niet graag nat en die kouwelijke bedoening nadat de kraan is dichtgedraaid en voor je je hebt afgedroogd, vind ik ronduit hatelijk!
Thuis hebben we een heerlijk ruim stortbad waar je wat armslag hebt en een sproeikop die zijn taak zonder te sputteren naar behoren vervult.
Anders dan op vakantie dus, er is altijd wel iets mis.
In je blootje met één arm in de douche doe je de eerste test.
De waterstraal is dan oftewel zeer teleurstellend of veel te hard, zodat je al helemaal natgespetterd wordt door het nog niet op temperatuur zijnde water. Nadat je de warmteregeling iets of wat op peil gekregen hebt wurm je je door het veel te smalle schermdeurtje om tot de ontdekking te komen dat dit niet goed afsluit. Als het een douchegordijn betreft, is dat nog een grotere ramp. Dan probeer je je zo goed mogelijk in te zepen met die onhandelbare kleine, niet tot schuimen te verleiden, zeepjes, want die zakjes douchegel krijg je zelfs met je tanden niet open. Sorry, maar ik vertik het om een serieus stuk zeep van thuis mee te nemen, dat is alleen maar overtollig gewicht (zie : Travelling light!). Ondertussen zitten de muren voortdurend in de weg, want in hotels geldt de regel 'Space is money', immers, enkele centimeters hier en daar maakt op het einde van de gang een extra kamer.
Nog een uitdaging is het gebrek aan washandjes. Een blijkbaar typisch Belgisch uitvinding waarvan men het nut en de handigheid in het buitenland nog niet ontdekt heeft, want ik ben er daar nog nooit eentje tegengekomen. Dan wordt het tijd om je te haasten want anders kan je er donder op zeggen dat het warm water is opgebruikt voor je bent afgespoeld. Als je dan ijlings naar de handdoek tast om aan de koude waterstraal te ontsnappen, kom je tot de constatatie dat de badkamer half onder water staat en dat het nog een hele klus wordt om zowel je voeten als de vloer droog te krijgen met dezelfde handdoek.
Laatst had mijn man pech. Er was helemaal geen bad aanwezig. Maar als om het goed te maken wel een superdeluxe massagedouche/sauna. Knopjes, sproeikoppen en spuigaten genoeg maar geen gebruiksaanwijzing. Het vraagt dus heelwat moed om daar in te stappen. Je drukt eerst op het knopje : relax. Daar kun je niet veel kwaad mee doen, maar om even later je haar uit te spoelen is dat niet echt afdoende dus, dan maar over naar een straffere straal. Wat te kiezen? Reflex, sport, massage, vortex... Ik heb ze allemaal geprobeerd. Het ene al pijnlijker dan het andere. Een welgemikte reflexstraal in je oog of een vortex meedogenloos op je tepel is echt eerder een marteling dan een massage. Al gillend tast je naar de stoptoets, maar die bestaat helemaal niet. Om aan dit onheil te ontsnappen bestaat in deze futuristische cabine slechts één remedie : op een ouderwetse manier gewoon de kraan dichtdraaien.
Oef!
Of, zelfs ook in dit geval : Oost west thuis best!
2.bVB
Dat geldt onder andere voor matrassen, om maar iets te zeggen. Vroeger kon ik in een behoorlijk hotel zalig zuchten als ik mij na een dagje stappen moe te rusten legde op het vreemde bed. Na een heerlijke nacht op de, op al de juiste plaatsen steungevende, matras kon ik het 's anderendaags niet nalaten de lakens te verwijderen op zoek naar het etiket. Zo'n merk moest ik thuis ook hebben! Maar nu ik dat thuis heb, zijn de zalige zuchten voor als ik weer terug ben. De vergelijking werkt nu plotseling andersom.
De badkamer is nog zo'n bron, zo niet, van frustratie dan op z'n minst van kritiek.
Je hebt douchefans en badadepten.
Mijn echtgenoot is een man van de tobbe. Een half uurtje zalig weken. Maar natuurlijk alleen thuis, want op vakantie is het exemplaar meestal een halve meter te kort.
Ik ben eerder de vrouw van de snelle douche. Ik ben zo'n beetje als een kat : ik maak me niet graag nat en die kouwelijke bedoening nadat de kraan is dichtgedraaid en voor je je hebt afgedroogd, vind ik ronduit hatelijk!
Thuis hebben we een heerlijk ruim stortbad waar je wat armslag hebt en een sproeikop die zijn taak zonder te sputteren naar behoren vervult.
Anders dan op vakantie dus, er is altijd wel iets mis.
In je blootje met één arm in de douche doe je de eerste test.
De waterstraal is dan oftewel zeer teleurstellend of veel te hard, zodat je al helemaal natgespetterd wordt door het nog niet op temperatuur zijnde water. Nadat je de warmteregeling iets of wat op peil gekregen hebt wurm je je door het veel te smalle schermdeurtje om tot de ontdekking te komen dat dit niet goed afsluit. Als het een douchegordijn betreft, is dat nog een grotere ramp. Dan probeer je je zo goed mogelijk in te zepen met die onhandelbare kleine, niet tot schuimen te verleiden, zeepjes, want die zakjes douchegel krijg je zelfs met je tanden niet open. Sorry, maar ik vertik het om een serieus stuk zeep van thuis mee te nemen, dat is alleen maar overtollig gewicht (zie : Travelling light!). Ondertussen zitten de muren voortdurend in de weg, want in hotels geldt de regel 'Space is money', immers, enkele centimeters hier en daar maakt op het einde van de gang een extra kamer.
Nog een uitdaging is het gebrek aan washandjes. Een blijkbaar typisch Belgisch uitvinding waarvan men het nut en de handigheid in het buitenland nog niet ontdekt heeft, want ik ben er daar nog nooit eentje tegengekomen. Dan wordt het tijd om je te haasten want anders kan je er donder op zeggen dat het warm water is opgebruikt voor je bent afgespoeld. Als je dan ijlings naar de handdoek tast om aan de koude waterstraal te ontsnappen, kom je tot de constatatie dat de badkamer half onder water staat en dat het nog een hele klus wordt om zowel je voeten als de vloer droog te krijgen met dezelfde handdoek.
Laatst had mijn man pech. Er was helemaal geen bad aanwezig. Maar als om het goed te maken wel een superdeluxe massagedouche/sauna. Knopjes, sproeikoppen en spuigaten genoeg maar geen gebruiksaanwijzing. Het vraagt dus heelwat moed om daar in te stappen. Je drukt eerst op het knopje : relax. Daar kun je niet veel kwaad mee doen, maar om even later je haar uit te spoelen is dat niet echt afdoende dus, dan maar over naar een straffere straal. Wat te kiezen? Reflex, sport, massage, vortex... Ik heb ze allemaal geprobeerd. Het ene al pijnlijker dan het andere. Een welgemikte reflexstraal in je oog of een vortex meedogenloos op je tepel is echt eerder een marteling dan een massage. Al gillend tast je naar de stoptoets, maar die bestaat helemaal niet. Om aan dit onheil te ontsnappen bestaat in deze futuristische cabine slechts één remedie : op een ouderwetse manier gewoon de kraan dichtdraaien.
Oef!
Of, zelfs ook in dit geval : Oost west thuis best!
2.bVB
maandag 11 juni 2012
Katteneten
Weet U wat egeltjes eten?
Ik wel en mijn dochter ook. Kattenkorrels!
Vorige week werd ik daar na jaren nog eens aan herinnerd in een natuurprogramma op tv. Daar vroeg men aan aan een oppasser van een dierenopvangcentrum wat men die gevonden stekelbeestjes zoal te eten geeft. Inderdaad : katteneten.
Niet zo eigenaardig, denkt U. Maar de leerkracht in het tweede leerjaar dacht er anders over. Mijn dochtertje gaf in die tijd hetzelfde antwoord op dezelfde vraag en de juf oordeelde dat het fout was. Zij had het nochtans met haar eigen ogen gezien.
Voor het eerst in haar jonge leven trippelde er een egeltje door onze tuin. Zo stil mogelijk bespiedden wij het diertje vanuit het keukenraam. Na enig rondgesnuffel ontdekte het het etensbakje van onze poes en begon gulzig de achtergebleven korreltjes te verorberen. Heel verontwaardigd toonde mijn dochtertje enkele dagen later haar verbeterde toets en was natuurlijk nog meer van streek toen ik daar ook nog hartelijk om moest lachen.
Ja, zelfs een ooggetuigenverslag is niet altijd goed genoeg voor de juf maar blijkbaar toch wel voor een dierenliefhebber of bioloog.
2.bVB
Ik wel en mijn dochter ook. Kattenkorrels!
Vorige week werd ik daar na jaren nog eens aan herinnerd in een natuurprogramma op tv. Daar vroeg men aan aan een oppasser van een dierenopvangcentrum wat men die gevonden stekelbeestjes zoal te eten geeft. Inderdaad : katteneten.
Niet zo eigenaardig, denkt U. Maar de leerkracht in het tweede leerjaar dacht er anders over. Mijn dochtertje gaf in die tijd hetzelfde antwoord op dezelfde vraag en de juf oordeelde dat het fout was. Zij had het nochtans met haar eigen ogen gezien.
Voor het eerst in haar jonge leven trippelde er een egeltje door onze tuin. Zo stil mogelijk bespiedden wij het diertje vanuit het keukenraam. Na enig rondgesnuffel ontdekte het het etensbakje van onze poes en begon gulzig de achtergebleven korreltjes te verorberen. Heel verontwaardigd toonde mijn dochtertje enkele dagen later haar verbeterde toets en was natuurlijk nog meer van streek toen ik daar ook nog hartelijk om moest lachen.
Ja, zelfs een ooggetuigenverslag is niet altijd goed genoeg voor de juf maar blijkbaar toch wel voor een dierenliefhebber of bioloog.
2.bVB
zondag 3 juni 2012
Travelling light
Het zal mij nooit lukken vrees ik.
Zoveel verschillende dingen om rekening mee te houden :
- alle soorten weersverwachtingen
Het is niet omdat je naar een warm land reist dat het geen slecht weer kan zijn.
Eenmaal heb ik de fout gemaakt om zonder jas of paraplu naar Spanje te vertrekken. Vier van de zeven dagen heeft het geregend en ik had welgeteld één dun vestje bij en één t-shirt met lange mouwen, voor de rest topjes en zomerkleedjes. Niéeet leuk!
- het soort hotel
All-in, chic, casual, B&B...
Als bijvoorbeeld iedereen zich optut voor het avondeten zou ik het jammer vinden als mijn nooit gedragen cocktailjurkje thuis in de kast hangt.
- geplande of niet geplande activiteiten
Stappen vraagt stapschoenen, shoppen vraagt stadskleding, strandliggen heeft gelukkig niet veel om het lijf...
- het tarragewicht van een stevige koffer
- ...
Dat alles samen maakt dat ik meestal zwaar beladen vertrek.
Gelukkig staan er tegenwoordig wieltjes onder die dingen, maar je kan blijkbaar toch nergens komen of de lift is stuk of hij is gewoon niet aanwezig. Wat de welwillende Italiaanse B&B-uitbater laatst lachend betreurde toen hij mijn 'bomba' het smalle trapje opzeulde.
Het laatste ritueel voor we thuis de deur uitgaan voor een vliegvakantie is dan ook de weging 'met' en 'zonder'(beide soms even confronterend), om op de luchthaven niet met rode oortjes te staan. Je weet immers nooit hoe streng men gaat controleren. Meestal met chartervluchten wordt er niet op een kilootje meer of minder gelet en soms wordt zelfs het gewicht van je bagage helemaal niet nagekeken, maar een heisa zoals vorig jaar in Kreta wil ik in de toekomst toch liever vermijden.
In het heengaan tikte de weegschaal af op een comfortabel kilootje onder het maximum toegelaten gewicht. Maar bij terugkomst bleek het jurkje en de sandaaltjes, samen met de broeksriem van mijn man, zogezegd meer dan 4 kilo te wegen en werd ik prompt doorverwezen naar een andere balie voor betaling van overgewicht.
Onze voorgangers waren ook al allen daarheen en ik had dus tijd gehad om mijn verontwaardiging voor te bereiden. Toen ik geërgerd voorstelde om een deel over te laden in mijn handbagage kreeg ik echter te horen dat die eigenlijk ook al te zwaar was. Na nog wat, in mijn beste Engels, getouwtrek heb ik gelukkig toch mijn slag thuis gehaald, maar ik heb mijn lesje geleerd : een beetje meer speling en je kan tenminste ontspannen inchecken.
Ik troost mij nochtans met de gedachte dat sommigen nog een groter probleem hebben dan ik.
Enkele jaren geleden mocht er een vriendinnetje van mijn 14 jarige dochter mee op vakantie. De mama informeerde hoeveel bagage ze kon meenemen. Met een gerust hart lachte ik dat een beetje weg en zei dat het niet echt een rol speelde daar we maar met z'n viertjes waren en in die tijd hadden we een auto waarvan de kofferbak in mijn ogen meer op het achtereind van een corbillard leek en dus het equivalent van een paar doodskisten makkelijk kon herbergen. Toen we het meisje de dag van vertrek gingen oppikken en de twee enorme tassen zagen staan, moest ik echter toch wel even slikken. Als ik daar nu op terugkijk, denk ik : hopelijk heeft dat kind vliegangst want dat waren minstens twee dùbbele 'bombas'.
2.bVB
Zoveel verschillende dingen om rekening mee te houden :
- alle soorten weersverwachtingen
Het is niet omdat je naar een warm land reist dat het geen slecht weer kan zijn.
Eenmaal heb ik de fout gemaakt om zonder jas of paraplu naar Spanje te vertrekken. Vier van de zeven dagen heeft het geregend en ik had welgeteld één dun vestje bij en één t-shirt met lange mouwen, voor de rest topjes en zomerkleedjes. Niéeet leuk!
- het soort hotel
All-in, chic, casual, B&B...
Als bijvoorbeeld iedereen zich optut voor het avondeten zou ik het jammer vinden als mijn nooit gedragen cocktailjurkje thuis in de kast hangt.
- geplande of niet geplande activiteiten
Stappen vraagt stapschoenen, shoppen vraagt stadskleding, strandliggen heeft gelukkig niet veel om het lijf...
- het tarragewicht van een stevige koffer
- ...
Dat alles samen maakt dat ik meestal zwaar beladen vertrek.
Gelukkig staan er tegenwoordig wieltjes onder die dingen, maar je kan blijkbaar toch nergens komen of de lift is stuk of hij is gewoon niet aanwezig. Wat de welwillende Italiaanse B&B-uitbater laatst lachend betreurde toen hij mijn 'bomba' het smalle trapje opzeulde.
Het laatste ritueel voor we thuis de deur uitgaan voor een vliegvakantie is dan ook de weging 'met' en 'zonder'(beide soms even confronterend), om op de luchthaven niet met rode oortjes te staan. Je weet immers nooit hoe streng men gaat controleren. Meestal met chartervluchten wordt er niet op een kilootje meer of minder gelet en soms wordt zelfs het gewicht van je bagage helemaal niet nagekeken, maar een heisa zoals vorig jaar in Kreta wil ik in de toekomst toch liever vermijden.
In het heengaan tikte de weegschaal af op een comfortabel kilootje onder het maximum toegelaten gewicht. Maar bij terugkomst bleek het jurkje en de sandaaltjes, samen met de broeksriem van mijn man, zogezegd meer dan 4 kilo te wegen en werd ik prompt doorverwezen naar een andere balie voor betaling van overgewicht.
Onze voorgangers waren ook al allen daarheen en ik had dus tijd gehad om mijn verontwaardiging voor te bereiden. Toen ik geërgerd voorstelde om een deel over te laden in mijn handbagage kreeg ik echter te horen dat die eigenlijk ook al te zwaar was. Na nog wat, in mijn beste Engels, getouwtrek heb ik gelukkig toch mijn slag thuis gehaald, maar ik heb mijn lesje geleerd : een beetje meer speling en je kan tenminste ontspannen inchecken.
Ik troost mij nochtans met de gedachte dat sommigen nog een groter probleem hebben dan ik.
Enkele jaren geleden mocht er een vriendinnetje van mijn 14 jarige dochter mee op vakantie. De mama informeerde hoeveel bagage ze kon meenemen. Met een gerust hart lachte ik dat een beetje weg en zei dat het niet echt een rol speelde daar we maar met z'n viertjes waren en in die tijd hadden we een auto waarvan de kofferbak in mijn ogen meer op het achtereind van een corbillard leek en dus het equivalent van een paar doodskisten makkelijk kon herbergen. Toen we het meisje de dag van vertrek gingen oppikken en de twee enorme tassen zagen staan, moest ik echter toch wel even slikken. Als ik daar nu op terugkijk, denk ik : hopelijk heeft dat kind vliegangst want dat waren minstens twee dùbbele 'bombas'.
2.bVB
zondag 13 mei 2012
Fietsen
Een mens kan tegenwoordig moeilijk doof blijven voor alle mogelijke aansporingen om toch maar voldoende te bewegen.
Sinds we niet meer noodzakelijk zware fysieke arbeid moeten verrichten om onze kost te verdienen, zijn we verplicht ons alsnog, in onze vrije tijd, in het zweet te werken om een gezond lichaam te behouden.
Ik vind het toch wel iets absurds hebben, joggers, om maar iets te noemen. Een uur afzien en jezelf wijsmaken dat je dit doet voor de fun, terwijl, laat ons eerlijk wezen, onze slanke lijn de enige echte drijfveer is.
Onze kromgewrochte voorouders zouden ons gek verklaren. Zij waren heel dankbaar voor de verplichte zondagsrust en een paar pondjes meer was hét teken van een goed leven.
De tijden veranderen...
Wat wij wel echt leuk vinden is fietsen. In de geschikte weersomstandigheden weliswaar : niet te koud, geen regen, niet te veel wind... en zonder zo'n af(op)zichtelijk gestroomlijnd pakje wel te verstaan. Het zal wel z'n voordelen hebben, zeker voor de veiligheid, 't is te zeggen : zichtbaarheid in het verkeer en zachtheid in de broek. Maar flatterend is anders, zelfs in een anorexiamaatje. Die gehelmde wielertoeristen lijken, naar mijn menig, meer op buitenaardse wezens.
Laat mij, op een mooie dag, maar trappen in een fleurig zomerjurkje, de haren in de wind. Ook al zou ik daarbij geen extra calorieën verbruiken dan nog vind ik het heerlijk.
Zo gebeurde het vorige zomer dat we op een zonnige zondag onze tweewielers van stal haalden voor een recreatief tochtje. We waren niet de enigen met dit sportieve idee, hele pelotons passeerden op onze weg. En ganse families, want tegenwoordig geen kind te klein of geen baby te slaperig of er bestaat een passend rijwiel voor. Of dat allemaal even makkelijk wegtrapt, vraag ik me dan af. Een fietskar met twee peuters in trekken of een volgestouwde bakfiets duwen lijkt me meer iets voor ervaren tourrijders. Een fulltime bediende/ouder haalt het volgens mij net tot aan de eerste de beste speeltuin.
Maar het meest bizarre voertuig dat we die dag ontmoetten was een zelf geassembleerde driewieler waarbij meneer, mevrouw in de rolstoel, voortduwde. Wilden ze ergens een eindje te voet verder dan kon mevrouw blijven zitten en werd de rolwagen gedemonteerd. Geweldige uitvinding en ontroerend om te zien.
Het uitstapje dat wij voor ogen hadden, leidde ons langs diverse fietspaden rond gans de stad. Met een hele sliert gelijkgezinden profiteerden we van de frisse buitenlucht.
Op een bepaald ogenblik rook ik opeens de typisch penetrante geur van cannabis. Dat zou wel van ergens uit de bosjes komen zeker. Maar dat luchtje bleef maar in mijn neus hangen. Ik begreep er niets van. Tot ik mijn, op en top in het kleurrijke wielerpak zittende, voorganger voorbijstak.
Ik geloofde mijn eigen ogen niet.
Redbull in de ene hand, jointje in de andere.
Ja, zelfs zonder kroost in de laadbak, hebben sommigen blijkbaar af en toe een speciale oppepper nodig.
Met gezond bewegen heeft dit in mijn ogen evenwel nog weinig te maken.
2.bVB
Sinds we niet meer noodzakelijk zware fysieke arbeid moeten verrichten om onze kost te verdienen, zijn we verplicht ons alsnog, in onze vrije tijd, in het zweet te werken om een gezond lichaam te behouden.
Ik vind het toch wel iets absurds hebben, joggers, om maar iets te noemen. Een uur afzien en jezelf wijsmaken dat je dit doet voor de fun, terwijl, laat ons eerlijk wezen, onze slanke lijn de enige echte drijfveer is.
Onze kromgewrochte voorouders zouden ons gek verklaren. Zij waren heel dankbaar voor de verplichte zondagsrust en een paar pondjes meer was hét teken van een goed leven.
De tijden veranderen...
Wat wij wel echt leuk vinden is fietsen. In de geschikte weersomstandigheden weliswaar : niet te koud, geen regen, niet te veel wind... en zonder zo'n af(op)zichtelijk gestroomlijnd pakje wel te verstaan. Het zal wel z'n voordelen hebben, zeker voor de veiligheid, 't is te zeggen : zichtbaarheid in het verkeer en zachtheid in de broek. Maar flatterend is anders, zelfs in een anorexiamaatje. Die gehelmde wielertoeristen lijken, naar mijn menig, meer op buitenaardse wezens.
Laat mij, op een mooie dag, maar trappen in een fleurig zomerjurkje, de haren in de wind. Ook al zou ik daarbij geen extra calorieën verbruiken dan nog vind ik het heerlijk.
Zo gebeurde het vorige zomer dat we op een zonnige zondag onze tweewielers van stal haalden voor een recreatief tochtje. We waren niet de enigen met dit sportieve idee, hele pelotons passeerden op onze weg. En ganse families, want tegenwoordig geen kind te klein of geen baby te slaperig of er bestaat een passend rijwiel voor. Of dat allemaal even makkelijk wegtrapt, vraag ik me dan af. Een fietskar met twee peuters in trekken of een volgestouwde bakfiets duwen lijkt me meer iets voor ervaren tourrijders. Een fulltime bediende/ouder haalt het volgens mij net tot aan de eerste de beste speeltuin.
Maar het meest bizarre voertuig dat we die dag ontmoetten was een zelf geassembleerde driewieler waarbij meneer, mevrouw in de rolstoel, voortduwde. Wilden ze ergens een eindje te voet verder dan kon mevrouw blijven zitten en werd de rolwagen gedemonteerd. Geweldige uitvinding en ontroerend om te zien.
Het uitstapje dat wij voor ogen hadden, leidde ons langs diverse fietspaden rond gans de stad. Met een hele sliert gelijkgezinden profiteerden we van de frisse buitenlucht.
Op een bepaald ogenblik rook ik opeens de typisch penetrante geur van cannabis. Dat zou wel van ergens uit de bosjes komen zeker. Maar dat luchtje bleef maar in mijn neus hangen. Ik begreep er niets van. Tot ik mijn, op en top in het kleurrijke wielerpak zittende, voorganger voorbijstak.
Ik geloofde mijn eigen ogen niet.
Redbull in de ene hand, jointje in de andere.
Ja, zelfs zonder kroost in de laadbak, hebben sommigen blijkbaar af en toe een speciale oppepper nodig.
Met gezond bewegen heeft dit in mijn ogen evenwel nog weinig te maken.
2.bVB
Abonneren op:
Posts (Atom)